Even voorstellen……… Rob Gieben, de nieuwe hoofdtrainer van DONK.

Het is een bloedhete avond in juni als ik het DONK-complex betreed. Op twee velden wordt fanatiek getraind. Ik concentreer me op de groep die traint onder leiding van Rob Gieben, DONK’s nieuwe hoofdtrainer. Het tempo ligt hoog en al snel wordt me duidelijk dat de concurrentie moordend zal zijn. De training wordt afgesloten met een “college” van Rob over druk zetten en communiceren. De groep hangt aan zijn lippen. Even later schuift Rob bij mij aan een tafeltje aan voor ons afgesproken interview.

JS: Vertel eens, wie is Rob Gieben?

RG: Ik ben geboren in Den Haag en ben 55 jaar jong. Tegenwoordig woonachtig in Monster. Ik woon samen en heb drie kinderen van 20, 18 en 14 jaar.

JS: Hoe lang ben je al voetbaltrainer?

RG: Ik ben nu ongeveer 25 jaar in het voetbal werkzaam, waarvan 14 jaar als hoofdtrainer op 1e t/m 3e klasse niveau en 6 jaar als assistent- en techniektrainer.

Ook binnen het jeugdvoetbal heb ik met veel plezier de afgelopen jaren gewerkt en combineerde ik veelal diverse technische functies met elkaar, zoals het jeugdtrainerschap op Ere-, 1e en 2e divisie niveau, hoofd jeugdopleiding en de job van techniektrainer.

Ik ben in het bezit van het trainersdiploma UEFA-A (het vroegere TC 1), wat de mogelijkheid geeft om werkzaam te zijn als assistent-coach in het betaalde voetbal.

JS: Ben je ook op dat niveau werkzaam geweest?

RG: Ja. Ik ben vijf jaar assistent- en techniektrainer geweest in het buitenland en wel op Corsica bij Ajaccio en bij Lierse in Belgie.

JS: En dan nu DONK! Met alle respect, dat is wel even iets anders.

RG: Natuurlijk is het werken binnen de 1e t/m de derde klasse anders, maar ik haal als hoofdtrainer ook op dit bescheiden niveau heel veel plezier uit het werken met een ambitieuze spelersgroep, staf en TC binnen een goed gestructureerde organisatie.

JS: Waarom werd het DONK?

RG: In enkele gesprekken werd me duidelijk dat we qua voetbalvisie op dezelfde lijn zitten. Ook spraken de opvattingen van DONK over het selectiebeleid, over de doorstroming van de jeugd en de ambities me aan en constateerde ik dat de technische organisatie goed voor elkaar was.

JS: Vertel eens wat meer over die voetbalvisie.

RG: Ik vind het belangrijk dat mijn voetbalvisie grotendeels overeenkomt met die van mijn nieuwe club, want ik wil namelijk graag bij mijn eigen gevoel blijven.

Het komt er simpelweg op neer dat balbezit altijd mijn vertrekpunt is, dus wil ik zo snel mogelijk de bal hebben om vervolgens d.m.v. verzorgd aanvallend voetbal zo snel mogelijk een goal te kunnen maken.

Mijn teams verdedigen daarom veelal agressief vooruit om vroegtijdig de bal te kunnen veroveren.

Deze speelwijze vraagt binnen elke linie bepaalde kwaliteiten van spelers en brengt ingeval van een slechte uitvoering risico met zich mee.

Daarentegen genieten spelers van deze manier van spelen en is het voor het publiek leuk om te zien. En deze twee elementen vind ik erg belangrijk.

JS: Ik heb je het vorige seizoen al bij diverse duels van DONK als aandachtige waarnemer aanwezig gezien. Wat was je indruk?

RG: Ik zag een relatief onervaren ploeg met kwalitatief heel wat goede spelers. Er was en is echter nog te weinig structuur en samenhang. En dat is net het verschil tussen middenmoot 2e klasse en 3e klasse.

Binnen een teamsport moet je elkaar helpen, anders kan je niet winnen, dat is logisch. Als we erin slagen om daarin te ontwikkelen, dus met name in de acceptatie en de communicatie, dan zijn we een eind op weg.

Na de eerste trainingen kan ik niet anders dan vaststellen dat de groep echt veel kwaliteiten heeft. Een prima stel gasten bovendien.

JS: De concurrentie lijkt me hevig. Moeilijke keuzes.

RG: Dat is zeker waar en gelukkig ook in elke linie. Maar concurrentie is prettig werken hoor en maakt je als selectie-speler ook beter. Bij mijn keuze voor de basis-elf kijk ik niet naar de elf beste balgoochelaars maar naar de balans in het team.

JS: Blijft jouw rol beperkt tot het eerste elftal?

RG: Nee, ik ben als hoofdtrainer eindverantwoordelijk voor de A-selectie, dus het eerste en het tweede, maar train en coach met mijn assistent wel alleen de eerste groep.

De technische structuur is zo ingericht dat zowel DONK 1 als 2 twee trainers hebben en de keeperstrainer onze drie keepers traint. Allemaal prima geregeld.

JS: In het voetbal kan vaak oeverloos gediscussieerd worden over systemen. Waar gaat jouw voorkeur naar uit?

RG: DONK heeft 4-3-3 als huisstijl. Dat heeft ook mijn voorkeur, maar door de poppetjes bijvoorbeeld een paar meter naar achteren of naar voren te zetten heb je al gauw een andere formatie. Formaties vind ik dan ook niet zo interessant; uiteindelijk gaat het om de uitvoering, dus de speelwijze.

JS: Er zijn flink wat jeugdspelers doorgestroomd naar de groep waaruit de definitieve selectie wordt samengesteld. Heeft je dat verrast?

RG: Zeker! Dat heeft me aangenaam verrast. Gelet op het betrekkelijke geringe aantal jeugdteams is dat een compliment voor de opleiders.

Binnen de visie van DONK is van belang dat de doorstroming van goed opgeleide jeugdspelers richting de selectie gecontinueerd gaat worden. Daarom is kwantitatieve groei binnen de jeugdafdeling noodzakelijk. Westergouwe kan voor een nieuwe impuls zorgen.

JS: Wat zijn je verwachtingen voor het komend seizoen? Wat is je doelstelling?

RG: Het jaar na een degradatie is lang niet altijd makkelijk voor een team. Het is belangrijk dat we in deze juni-periode waarin we drie weken hebben getraind, met elkaar duidelijkheid en rust rondom de selectie hebben gebracht. Ook hebben we deze weken aandacht gegeven aan het sociale aspect na de training, met name op de clubavond.

Voor nu, maar ook straks in de voorbereiding in augustus is het essentieel dat de spelers weer plezier in de training en in de wedstrijden krijgen, want dat is het fundament voor de individuele- en uiteindelijk de teamontwikkeling binnen de lijnen.

Resultaten zullen dan volgen en kan er rustig verder gebouwd worden.

Zoals ik al zei zit er veel kwaliteit in de groep. Dat moet er ook bij DONK 2 eens een keer uit komen. Een stapje hoger zou goed zijn voor de ontwikkeling van jonge jongens en de doorstroming richting het eerste team.

JS: Dank je, Rob. Wil je nog iets anders kwijt?

RG: Ja! Ik heb er zin in!!!